
Medicamenteuze behandeling
Tot op dit moment bestaat er nog geen middel om dementie te genezen. Wel zijn er medicijnen beschikbaar die de ziekte van Alzheimer kunnen vertragen. In 1999 werd voor het eerst het ‘anti-dementiemiddel’ Exelon (Rivastigmine) vergoed door verzekeraars in Nederland. Sindsdien kwamen nog twee andere middelen tegen de ziekte van Alzheimer op de markt: Galantamine (Reminyl) en Memantine (Ebixa). (In het buitenland wordt het middel Donezepil ook voorgeschreven. Dit is in Nederland niet verkrijgbaar). Een belangrijk verschil tussen de middelen is de groep patiënten die er voor in aanmerking komt. Voor Rivastigmine en Galantamine zijn dit mensen met een lichte tot matig ernstige vorm van Alzheimer. Deze mensen wonen vaak nog thuis. Voor Memantine gaat het om mensen in een matig ernstig tot ernstig stadium. Dit zijn meestal patiënten die in een verpleegtehuis of in ieder geval in de dagbehandeling zijn opgenomen.
Rivastigmine en Galantamine zijn er op gericht het tekort aan de stof acetylcholine in het brein op te heffen. Acetylcholine is een neurotransmitter, neurotransmitters zorgen voor communicatie tussen de verschillende hersencellen. Wanneer er een tekort is aan acetylcholine is de communicatie tussen cellen niet meer goed en kan dementie het gevolg zijn.
Memantine is een zogenoemde NMDA-antagonist. Memantine verlaagt een bepaalde stof (glutamaat): een hoge concentratie van deze stof heeft namelijk een negatief effect op de signaaloverdracht tussen de verschillende hersencellen en kan op den duur de hersencellen zelfs beschadigen.
Sinds kort wordt deze medicatie ook wel voorgeschreven door de huisarts. Echter, om goed te vervolgen op het effect en de eventuele bijwerkingen heeft de Gelderse Roos hiervoor een protocol ontwikkeld. In overleg met de huisarts kunnen wij de behandeling overnemen. Dit Rivastigmine (Exelon) protocol houdt in dat de behandeling start met een aantal testen om het niveau te meten van geheugen, taal etc. Ook wordt de belasting voor de mantelzorger en de mate waarin de dagelijkse activitetien nog lukken, gemeten. Tijdens de behandeling wordt elk half jaar deze meting herhaald. Bij een sterke verslechtering is de medicatie niet meer zinvol en zal deze in overleg met cliënt en mantelzorger worden gestaakt.
Psychosociale begeleiding
Psychosociale begeleiding is erop gericht om mensen met dementie en hun omgeving te begeleiden bij het accepteren en omgaan met de gevolgen van dementie. De volgende therapieën zijn er speciaal op gericht de patiënt zo goed mogelijk te begeleiden en de verschillende vormen van achteruitgang zo goed mogelijk te ondervangen.
1 Ondersteunende gesprekken met een hulpverlener Individueel. Binnen onze afdeling bieden wij gesprekken aan de cliënt aan waarbij de thema's zijn: aanpasing aan de ziekte, omgaan met verlies van gezondheid, rolverandering, hulp in huis. Doel van deze hulp is ondersteuning en uitleg. Familie en/of echtpaar gesprekken. Afhankelijk van de situatie plannen wij ook vaak gesprekken met het echtpaar en met de familie. In deze gesprekken komen vaak diverse onderwerpen aan bod. Hoe ga je om met het niet meer mogen autorijden, hoe geef je invulling aan de sexuele relatie, acceptatie van de thuiszorg, hoe neem je de stap naar dagbehandeling. Voor de familie is ook een ondersteuninggroep ontwikkeld. Deze groep van voornamelijk partners komt wekelijks bij elkaar om de zorgen met elkaar te delen. Daarnaast bieden wij de mantelzorgers de mogelijkheid om via een beveiligde e-mail contact te hebben met de hulpverlener van hun mantelzorgvrager.
2 Kopgroep De kopgroep is een ondersteuningsgroep voor mensen met een beginnende dementie. 8 cliënten komen wekelijks bij elkaar om met elkaar in gesprek te gaan over het leven met een dementie. Het doel van deze groep is: erkenning, herkenning en steun. Naast praten is er ook een onderdeel beweging waar oefeningen gedaan worden.
3 Cursussen Binnen onze afdeling zijn een aantal cursussen ontwikkeld voor partners en familie. Het doel van deze cursussen is uitleg en inzicht op alles wat met dementie te maken heeft. Denk aan: beloop van de ziekte, zorg, rolverandering etc.
4 Realiteitsoriënterende benadering
Deze therapie is speciaal gericht op het ondervangen van geheugenproblemen. De realiteitsoriënterende benadering probeert de desoriëntatie van patiënten te verminderen en hun controlegevoel te versterken door hen regelmatig van relevante informatie te voorzien. Voorbeelden zijn: samen de krant lezen, agendavoering. De effectiviteit van deze benadering is in de afgelopen decennia vaak onderzocht bij ouderen met een lichte tot matig ernstige dementie. Langdurige training (8-40 weken) in groepsverband van licht demente patiënten blijkt een positief effect te hebben op het cognitief functioneren en te leiden tot uitstel van verpleeghuisopname. Groepstherapie gecombineerd met de realiteitsoriënterende benadering in de 24-uurszorg (o.a. wegwijzers op de afdeling) blijkt een positief effect op de ruimtelijke oriëntatie te hebben.
5 Activiteitengroepen
Voorbeelden van therapeutische groepsactiviteiten zijn: schilder- en tekengroepen, naai- en handenarbeidclubs, gymnastiekgroepen, Meer Bewegen voor Ouderen, kookgroepen, muziektherapie en zanggroepen. Hoewel dit soort groepsactiviteiten de hoofdmoot vormen van de psychosociale hulpverlening, zijn ze tot op heden weinig onderzocht op hun doelmatigheid bij dementerenden. Een uitzondering is muziekactiviteit (zelf muziek maken en zanggroepen). Dit blijkt zeer effectief. De dementerende ervaart: een toename van besef van de sociale omgeving, beter oriëntatievermogen, een verbeterde taalfunctie en communicatie, een zorgzamer houding tegenover andere groepsleden, meer plezier, zelfvertrouwen, zelfwaardering en minder agitatie, verbaal storend gedrag of dwaalgedrag. Een mogelijke verklaring voor het succes van muziekactiviteiten is dat ze de dementerende de gelegenheid tot het ventileren van emoties bieden. Bovendien lukken muzikale activiteiten ook, omdat het muzikaal vermogen vaak nog lang intact blijft. De dementerende ervaart succes in wat hij doet.
6 Psychomotorische therapie Het doel van Psychomotorische therapie. De therapie bestaat uit aangepaste bewegingsactiviteiten en ontspanningsoefeningen. Eenvoudig bewegingsspel en aangepaste sportieve bewegingsactiviteiten blijken doorgaans positief gewaardeerd te worden door patiënten met een lichte tot matig ernstige dementie. Op de lange termijn zorgt psychomotorische therapie voor minder agressie, minder nachtelijke onrust en voor meer tevredenheid. Ook het interpersoonlijke contact en de mobiliteit blijft langer goed.
7 Reminiscentietherapie
Reminiscentietherapie probeert een positieve invloed uit te oefenen op het sociale functioneren van de patiënt door hem opnieuw herinneringen te laten doorleven, deze te structureren, te integreren en uit te laten wisselen met anderen. Hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt zijn o.m. autobiografieën, uitstapjes naar locaties uit het verleden, fotoalbums, plakboeken, levensboeken, voorwerpen van vroeger en drama/rollenspel. Het onderzoek naar het effect van reminiscentietherapie bij ouderen met cognitieve stoornissen bevindt zich nog in een beginstadium. Een effect dat veel wordt waargenomen is de verbetering van de communicatie. Andere effecten zijn: betere oriëntatie, een mildere houding van de dementerende (doordat hij erkenning ervaart), toename van de gevoelens van eigenwaarde en interesse in anderen, meer expressie van emoties en minder gedragsproblemen (agressie en veeleisend gedrag).
8 Validation
Validation is een methode van communiceren met gedesoriënteerde ouderen die in het verleden leven en hierdoor emoties ervaren, die onder meer te maken hebben met onverwerkte verliezen. Door in de communicatie met de patiënt diens belevingen te verkennen, begrip en empathie hiervoor te tonen en deze direct te bevestigen (zonder ze verder te analyseren of te interpreteren), hoopt men dat de oudere zich begrepen voelt en het gevoel van eigenwaarde herstelt. Doel is te voorkomen dat de patiënt zich nog verder in zichzelf terugtrekt en gaat vegeteren. De praktijkervaringen met validation zijn over het algemeen positief. Enkele studies hebben voorlopig uitgewezen, dat deelname aan een validationgroep kan leiden tot een verbetering in het alledaags functioneren (zoals op het gebied van zelfzorg, continentie en voeding) en een toename van (non)verbale expressie tijdens de groepsbijeenkomsten. Ook de cognitieve functies, de stemming en het gedrag lijken gunstig te worden beïnvloed.