
Stelling | Geheel mee eens | Enigszins mee eens | Geheel mee oneens |
Door het zorgen kom ik te weinig toe aan mijn eigen leven | | | |
Het combineren van de zorg met andere verantwoordelijkheden valt me zwaar | | | |
Door het zorgen kan ik anderen niet de benodigde aandacht schenken | | | |
Ik moet altijd klaarstaan voor de dementerende | | | |
Mijn eigen zelfstandigheid komt in de knel door het zorgen | | | |
De situatie van de dementerende eist voortdurend mijn aandacht op | | | |
Door het zorgen krijg ik conflicten met anderen in de familie of op het werk | | | |
Over het algemeen voel ik me erg onder druk staan door de situatie | | | |
Het zorgen komt teveel op mijn schouders neer | | | |
Mijn gezondheid is achteruitgegaan door het zorgen voor de dementerende | | | |
Toelichting bij de lijst:
Als u deze lijst regelmatig invult, bijvoorbeeld elke twee of drie maanden, krijgt u een idee of er veranderingen optreden in de manier waarop u in staat bent de zorg voor de dementerende in te passen in uw leven. Denk na over de veranderingen en wat ze voor u betekenen. Misschien kunt u iets doen om het evenwicht tussen zorgen voor die ander en zorgen voor uzelf te verbeteren. Als u veel kruisjes heeft in de (grijze) linkerkolom, bent u zeer belast door de situatie. U zult dan op onderdelen moeten kijken of u hulp kunt inschakelen. Komt het merendeel van de antwoorden in de rechterkolom terecht, dan is de situatie nog draaglijk. Scoort u op veel vragen in de middelste kolom, dan dreigt de balans naar de verkeerde kant door te slaan en kunt u kijken wat u kunt doem om dat te voorkomen.
Depressietest
Met behulp van deze test kunt u nagaan of en in welke mate er bij u sprake is van depressieve klachten. De conclusie uit deze test is nog geen diagnose. Het kan een aanwijzing zijn dat u aan een depressie lijdt. De uitkomst kan voor u een aanleiding zijn tot een gesprek met uw huisarts.
1.
a Ik voel me niet verdrietig
b Ik voel me verdrietig
c Ik ben voortdurend verdrietig en ik kan het niet van me afzetten
d Ik ben zo verdrietig of ongelukkig dat ik het niet meer verdragen kan
2.
a Ik ben niet bijzonder moedeloos over de toekomst
b Ik ben moedeloos over de toekomst
c Ik heb het gevoel dat ik niets heb om naar uit te zien
d Ik heb het gevoel dat de toekomst hopeloos is en dat er geen kans op verbetering is
3.
a Ik voel me geen mislukkeling
b Ik heb het gevoel dat ik vaker iets verkeerd heb gedaan dan een gemiddeld iemand
c Als ik op mijn leven terugkijk zie ik alleen maar een hoop mislukkingen
d Ik heb het gevoel dat ik als mens een volledige mislukking ben
4.
a Ik beleef overal net zoveel plezier aan als vroeger
b Ik geniet niet meer zoals vroeger
c Ik vind nergens nog echte bevrediging in
d Ik heb nergens meer voldoening van; ik vind alles vervelend
5.
a Ik voel me niet bijzonder schuldig
b Ik voel me vaak schuldig
c Ik voel me meestal schuldig
d Ik voel me voortdurend schuldig
6.
a Ik voel me niet teleurgesteld in mezelf
b Ik ben teleurgesteld in mezelf
c Ik walg van mezelf
d Ik haat mezelf
7.
a Ik overweeg absoluut niet om een eind aan mijn leven te maken
b Ik overweeg wel eens om een eind aan mijn leven te maken, maar ik zou dat nooit doen
c Ik zou een eind aan mijn leven willen maken
d Ik zou een eind aan mijn leven willen maken als ik de kans kreeg
8.
a Ik heb mijn belangstelling voor andere mensen niet verloren
b Ik heb nu minder belangstelling voor andere mensen dan vroeger
c Ik heb mijn belangstelling voor andere mensen grotendeels verloren
d Ik heb mijn belangstelling voor andere mensen helemaal verloren
9.
a Ik neem nu nog net zo gemakkelijk beslissingen als vroeger
b Ik stel het nemen van beslissingen meer uit dan vroeger
c Ik heb meer moeite met het nemen van beslissingen
d Ik kan helemaal geen beslissingen meer nemen
10.
a Ik heb niet het gevoel dat ik er minder goed uitzie dan vroeger
b Ik maak me er zorgen over dat ik er oud en onaantrekkelijk uitzie
c Ik heb het gevoel dat mijn uiterlijk blijvend veranderd is, waardoor ik er onaantrekkelijk uitzie
d Ik geloof dat ik er lelijk uit zie
11.
a Ik kan mijn werk ongeveer even goed doen als vroeger
b Het kost me extra inspanning om ergens aan te beginnen
c Ik moet mezelf er echt toe dwingen om iets te doen
d Ik ben tot helemaal niets meer in staat
12.
a Ik word niet sneller moe dan anders
b Ik word eerder moe dan vroeger
c Ik word moe van bijna alles wat ik doe
d Ik ben te moe om ook maar iets te doen
13.
a Ik heb niet minder eetlust dan anders
b Ik heb minder eetlust dan vroeger
c Ik heb veel minder eetlust dan vroeger
d Ik heb helemaal geen eetlust meer
Hieronder vind u de verschillende mogelijke resultaten van de test
a = 0 punten
b = 1 punt
c = 3 punten
d = 4 punten
· Heeft u 0, 1, 2, 3 of 4 punten dan bent u waarschijnlijk niet depressief. De kans dat u aan een depressie lijdt is klein. Mocht u ondanks de uitkomst van deze test toch twijfels hebben is het aan te bevelen een deskundige, bijvoorbeeld uw huisarts, te raadplegen.
· Heeft u 5, 6, 7, 8, 9, 10 of 11 punten dan bent u waarschijnlijk licht depressief. De kans dat u aan een depressie lijdt is niet groot. Toch is het verstandig hierover een deskundige, bijvoorbeeld uw huisarts, te raadplegen.
· Heeft u 12, 13, 14, 15, of 16 punten dan bent u waarschijnlijk matig depressief. De kans dat u aan een depressie lijdt is duidelijk aanwezig. Het is aan te bevelen hierover een deskundige, bijvoorbeeld uw huisarts, te raadplegen.
· Indien u 17 punten of meer scoort op deze test bent u waarschijnlijk ernstig depressief. De kans dat u aan een depressie lijdt is groot. Het is nodig dat u hierover een deskundige, bijvoorbeeld uw huisarts, raadpleegt.
Bron: Mentrum GGZ Amsterdam